visie

Onze honden
aan het werk


Home

Nieuws:

*Cotation 4 Jatise
Amice en Aquine

Contact

Update datum:

20.01.17

Omschrijving van de meest gangbare houdingen en gedragselementen

De houding
Hoog staart hoog; de kop en oren hoog, romp hoog en mondhoeken naar voren
Half-hoog idem als 'hoog', maar een van de genoemde uitdrukkingen kan ontbreken
Neutraal afhankelijk van het ras en van de individuele hond; de normale houding van de hond met bijbehorende oor- en staartstanden
Half-hoog idem als 'hoog', maar een van de genoemde uitdrukkingen kan ontbreken
Half-laag staart lager dan neutraal, oren en romp lager dan neutraal
Laag staart laag of staart geklemd tegen achterbenen, oren laag
Zeer laag staart tussen de achterpoten, oren naar achteren, romp laag
Rug laag de hond ligt op de rug
Gedragselementen
Aanleunen tegen iemand leunen of steunen
Aanstaren het strak aankijken oftewel fixeren van een hond/persoon
Aanstoten met de snuit een hond/persoon aanstoten
Afwenden het van de prikkel af wegdraaien van de kop
Agressief bijten kaken met kracht in het lichaam van een ander cq voorwerp zetten, met agressiesignalen
Angstplas het op de zij of op rug plassen of in een lage houding
Bek aflikken aflikken van eigen bek (voor eruit, langs zijkant weer in bek), intentiebeweging onderwerpen
Bek sluiten het sluiten van de bek, niet bijten
Bevriezen niet meer bewegen van de hond, meestal met hoofd lager, meestal met wegkijken of oogwit kijken, houding laag of zeer laag, passieve vlucht, onderdeel grote angst
Bijten kaken met kracht in het lichaam van een ander cq voorwerp zetten, met agressiesignalen
Borstelen de haren op de rug, op de schoft of bij de staartwortel opzetten
Bovenstaan vertonen van imponeerhouding, waarbij de kop en hals dwars wordt gelegd over de hals/rug van de ander
Checklook vanuit ooghoek naar prikkel kijken
Deinzen snel afwendende beweging over korte afstand (enkele passen, < 1m)
Fixeren het strak (onafgewend) aankijken/aanstaren
Gapen wijd openen van de bek, ongericht, geen bijtpoging
Gedrukt lopen lagere houding dan neutraal, romp naar beneden met gebogen knieën, niet met vooruitgestoken kop en oren
Gromblaf een blaf voorafgegaan door gegrom
Grommen laag, tamelijk monotoon gromgeluid, niet in spel
Grondsnuffelen het aan de grond snuffelen
Happen (spelbijten) kaken in het lichaam van een ander cq voorwerp zetten, zonder agressiesignalen
Hoge blaf blaf in hogere toon dan gebruikelijk
Hijgen met open bek ademen, eventueel met uit de bek hangende tong
Ineenduiken duikt ineen na confrontatie met prikkel. Kan gecombineerd met naderen
Klapperen snelle open-en-dicht beweging van de kaken, een intentiebeweging tot bijten
Knauwspel knauwen en happen in spel, zowel in kop, nek als in lichaam
Kopschudden het schudden van de kop
Korte / harde blaf felle enkele blaf, vaak gepaard gaande met snap/uitval
Krabben zich krabben met achterpoot
Kwispelen het heen en weer bewegen van de staart
Kijken het kijken naar/ogen richten of gericht houden op
Langs kijken langs/naast prikkel kijken na confrontatie
Langs lopen langs/naast prikkel lopen na confrontatie
Lage blaf blaf in lagere toon dan gebruikelijk, onderdeel agressie
Lage kwispel met het laatste gedeelte van de staart kwispelen in een (half)lage houding
Likken het likken van een lichaamsdeel van de ander (niet mondhoek)
Markeren met geheven achterpoot urineren / poepen
Naderen naar prikkel (persoon/hond/voorwerp) toelopen
Normale blaf herhaald blaffen in normale toon
Open(en) bek het openen van de bek; een bijtintentie
Opspringen tegen persoon opspringen. Verschil maken met/zonder likbeweging
Orenspel oren bewegen op en neer
Overstaan het over persoon/hond staan, ander woord voor bovenstaan
Over de bek bijten gedrag waarbij de hond de snuit of kop van andere hond beetpakt
Over de hand/pols bijten hond neemt pols/hand van eigenaar zacht in de bek en laat los met geopende bek, geen druk op de kaken
Piepen alle hevige en minder hevige piep- en jankgeluiden
Ploegen op grond krabben met voor en achterpoten
Positie kiezen hond kiest dusdanig positie, dat de baas tussen hem de prikkel staat
Poot geven poot tegen kop/hals van andere hond aanleggen/poot aan persoon geven
Poot heffen voorpoot iets geheven, niet gericht op sociale partner, een intentiebeweging tot lopen, een geremde voortbeweging
Poot opleggen een/beide voorpoten op een ander leggen of met een/meerdere poten tegen ander aanduwen, niet in spel
Presenteren teef staat met staart opzij
Propellerkwispel kwispel, waarbij de staart als een propeller in de rondte draait
Prooi schudden prooi wordt in de bek gehouden en snel heen en weer geschud
Rukkerige kijkbeweging schokkerig kijken met abrupte bewegingen van de kop
Scheefhouden kop het schuin houden van kop, oren naar voren, exploratiegedrag
Schrikreactie schrikbeweging, waarbij een snelle terug- of samentrekkende beweging gemaakt wordt, korte houdingsverlaging, ineenduiken, deinzen, wijken
Slikken slikbeweging in keel zichtbaar, droge keel
Sluipen naar voren gestoken kop, oren naar voren, staart horizontaal, voetje voor voetje als een kat lopen
Snappen met een snelle, kortdurende bijtbeweging tanden of kaken net niet in het lichaam van een ander c.q. voorwerp zetten, met agressiesignalen
Snuffelen het snuffelen aan persoon/voorwerp/bij andere hond aan anogenitale gebied
Spelblaffen normaal blaffen, onderdeel spel; geen harde of lage blaf, geen agressiesignalen
Spelbeet rustige beet, onderdeel spel, geen agressiesignalen
Spelboog de achterhand in staande positie en de voorhand liggend op de grond iets of iemand uitdagen, oren meestal naar voren gericht; geen agressiesignalen
Spel bijten(happen) kaken in het lichaam van een ander c.q. voorwerp zetten, zonder agressiesignalen
Spelgrommen grommen in spel, sterkte en intonatie wisselend/minder laag en monotoon als bij grommen
Speluitdaging alle vormen van het speluitdagen om de ander tot spel bewegen
Speljagen speels opjagen
Spelkwispelen kwispelen tijdens spel
Spelgrommen grommen in spel, maar met een wisselende sterkte en intonatie. Minder laag en monotoon als grommen
Speloren oren op een speciale manier naar voren gedraaid, hond lijkt ‘op te stijgen’, meestal hoger dan neutraal
Sprongintentie voornemen om te springen
Steun zoeken complex van gedragingen, bestaand uit naderen van baas, aanstoten en/of aankijken van baas, opspringen tegen baas, houding lager dan neutraal
Stijve kwispel het op een stijve, zwepende manier kwispelen
Tanden optrekken van de bovenlip, zodat de tanden ontbloot worden, meestal met gerimpelde neusrug, waarbij de mondhoek verlengd of verkort wordt
Tongelen op afstand 'likgedrag' vertonen, waarbij de tong kort, soms repeterend naar buiten komt. (voor eruit, voor erin), intentiebeweging mondhoeklikken
Trillen over hele of gedeelte van het lichaam bibberen
Uitschudden hond schudt met z'n hele lichaam
Uitval een korte, naar voren gerichte snelle bijtweging of met open bek naar voren komen, met agressiesignalen
Urineren plassen, bij een reu niet met geheven poot, niet liggend
Verstarren de hond verstart, wordt 'stijf' , meestal met fixeren en met hoofd hoger, meestal met houdingsverhoging; onderdeel dreiging
Verstrakken een onderdeel van de hond beweegt (even) niet (meer) of momentopname niet meer bewegen, b.v. bek sluiten, poot heffen, stoppen met hijgen tijdens aaien, meestal met houdingsverlaging
Volgen het volgen binnen 3 seconden, over een afstand < 2 meter
Vluchten snel afwendende beweging, maar over grotere afstand
Weglopen in normaal tempo afwendende beweging, over grotere afstand
Wegdraaien de hond keert zich met het hele lijf af van de prikkel
Wegkijken de hond keert zich met het hoofd af van de prikkel
Wijken in normaal tempo afwendende beweging, over korte afstand
Yellen op hoge aangehouden toon (op gillende manier) blaffen
Zwabberkwispel overdreven, onregelmatige uitslag van de staart, waarbij de achterhand vaak meedraait