visie

Onze honden
aan het werk


Home

Nieuws:

*Cotation 4 Jatise
Amice en Aquine

Contact

Update datum:

20.01.17

De rasstandaard voor de beauceron bestaat uit een aantal raspunten die de ideale vertegenwoordiger beschrijven en wordt onder andere door een keurmeester gebruikt om te beoordelen in hoeverre de individuele hond het ideaalbeeld benadert. Afwijkingen van de raspunten worden gezien als fouten.
racine-bornIn de rasstandaard komen zowel het exterieur (uiterlijk) als het gedrag aanbod. Het uiterlijk wordt uitgebreid beschreven. Een schril contrast vormt de beschrijving van het gedrag/karakter; er worden weinig woorden aan vuil gemaakt. Toch is over het gedrag genoeg te melden.

Een rasstandaard is nooit 'af' . Het is logisch dat de samenstellers van de standaard zich beperkten tot het vermelden van de fouten die veel voorkwamen; datgene dat niet/nauwelijks voorkomt, wordt niet benoemd. Iedere rasstandaard heeft altijd een ‘grijs gebied’. Voor de beauceron is hij het laatst aangepast in 2001.

De bekendste diskwalificerende fouten voor de beauceron zijn:

Ondanks het streven naar het ideaalbeeld zijn, zowel in binnen- en buitenland, veel beauceronreuen aan de grote kant. Een schofthoogte van 72 cm wordt regelmatig gezien. Ook lijkt het dat er steeds meer kleinere teven worden geboren worden. De minimum schofthoogte is voor een teef in 2001 met 2 cm verlaagd naar 61 cm.
De panardstand (uitgedraaide achtervoeten) is nog steeds een hot item. Stand 2 (tussen 45 en 90ºuitgedraaid) en stand 3 (tussen 90 en 130º) worden nog regelmatig gescoord. Een aantal beaucerons zijn angstig en sommigen schuwen het tandengebruik niet. Ook de hoge over de rug gedragen staarten zijn op tentoonstellingen nog wel eens te bewonderen. In een pasgeboren nest ziet men af en toe ontbrekende hubertusklauwen of een enkele klauw. Alhoewel dat sommige fokkers melden dat dit bij hun nooit voorkomt.

De verbinding standaard - fokselectie

Voor onze fokkerij vormen de diskwalificerende fouten het uitgangspunt. Uiteraard aangevuld met eisen met betrekking tot welzijn en gezondheid. Dit laatste geniet een hoge prioriteit. Een fokdier moet gezond zijn en de eisen die hieraan gesteld moeten worden zijn hoog. Kenmerken die waarschijnlijk in de toekomst een gezondheidsprobleem op gaan leveren worden vermeden. Onnodige risico’s worden voorkomen. Bijvoorbeeld de diepliggende ogen die ik anno 2008 regelmatig zie in binnen- en buitenland. Het lijkt dat de oogkas te groot is voor het oog, of het oog te klein voor de kas. Het is de kip of het ei. Een portie nuchter boerenverstand is hierin mijn raadgever. Een scheef gedragen staartpunt bijvoorbeeld ervaar ik als een luxeprobleem. Dit wil niet zeggen dat ik deze ‘fout’ niet meeneem in mijn overwegingen.

jan-mirelle

Het is ook voor mij een utopie te denken dat er beaucerons zijn zonder fouten. De ene heeft er meer dan de andere. Voor onze fokkerij is het voor mij DE opgave een objectieve zwakte/sterkte analyse te maken van zowel de teef als de reu. Leg mijn oor te luister bij anderen die dit ras een serieus warm hart toedragen. Waar eindigt mijn objectiviteit en start de subjectiviteit?
Streefdoel is proberen te vermijden dat het toekomstige fokpaar dezelfde fouten hebben. Dit ten aanzien van zowel het uiterlijk als het gedrag. Wat maakt de hond waarmee gefokt gaat worden zo bijzonder? Wat is zijn/haar meerwaarde voor het nageslacht? Deze overwegingen spelen bij elk nest een grote rol.

Op een beauceronactiviteit kijk ik altijd het eerste naar het uiterlijk. Je ziet hem/haar staan, daarna bewegen en reageren. Hoe is de hoeking van voor- en achterhand, expressie van het hoofd, kleur van de ogen, ruglijn etc?. Uiteraard wordt ook heel kritisch naar het gedrag gekeken. Hoe reageert zij/hij op andere honden, aanrakingen van de keurmeester, tumult in de ring, metingen etc. Ik heb een uitgesproken mening over een mooie beauceron. Ik val op een bepaald type. Gelukkig biedt de standaard voldoende ruimte.

Mijn zienswijze is erg principieel en ik stel hoge eisen als het gaat om fokkerij. Een fokdier is in balans als uiterlijk en karakter in harmonie zijn en zo veel mogelijk voldoen aan de standaard, dit aangevuld met een goede gezondheid. Als een van de twee onderdelen (exterieur en gedrag) uit evenwicht is, ben ik niet meer in hem/haar geïnteresseerd als fokdier. Alleen ‘op exterieur’ of ‘alleen op karakter fokken’ is niet bespreekbaar. Een show- en een werklijn bij de beauceron bestaat in mijn denkwereld niet; er is maar één beauceron.

De veelzijdige beauceron.

De beauceron valt onder de groep herdershonden en zal in staat moeten zijn bepaalde werkzaamheden te verrichten. Ook dat is een ‘must’. Maar is hij echt een werkhond? Als men de encyclopedieën en de vele websites in binnen- en buitenland erop naslaat is de beauceron DE ideale hond. wigwamTermen als kindervriend, makkelijk af te richten, zeer geschikt om te werken, leergierig, hoeder, drijver, reddingshond of verdediger van huis en haard passeren de revue. De ruim 30-jarige ervaring (in binnen- en buitenland) met dit ras heeft me geleerd dat deze fameuze werkcapaciteiten toch met een korreltje zout genomen moeten worden. Natuurlijk bevestigen uitzonderingen de regel. Maar afgezet tegen het aantal geboortes in binnen- en buitenland zijn er maar zeer weinig beaucerons die hun 'werk' bezegeld zien met een (erkend) diploma/wedstrijd of test. Ik wil mijn standpunt (meten = weten) toelichten en onderbouwen met cijfermateriaal.

In Nederland ontvangt elke pup een stamboom mits beide ouders een (erkende) stamboom hebben. In Nederland ontlopen het aantal inschrijvingen in het NHSB van de beauceron en de briard elkaar niet veel. Meestal worden in Nederland meer briards geboren. Dit in tegenstelling tot Frankrijk. Het Nederlands cijfermateriaal over 2007 laat zien dat er 109 beaucerons en 165 briards geboren zijn. Over 2006 zijn dit 42 beaucerons en 201 briards. In 2005 hebben 83 beaucerons en 178 briards het levenslicht gezien. In 2008 zijn ongeveer 100 beauceron geboren.
In Frankrijk worden al een aantal jaren tussen de 3000 en 3500 beaucerons per jaar geboren! Hij staat al geruime tijd op de 4e plaats als het gaat om het aantal gefokte rashonden in Frankrijk. De briard komt met een kleine 800 inschrijvingen niet voor in deze top 10.

In Frankrijk is de stamboomafgifte toch wel wat afwijkend van de Nederlandse situatie. Als in Frankrijk een nest wordt geboren, krijgen alle pups een geboortebewijs (certificat de naissance). schaapOm een officiële stamboom te krijgen moet de beauceron na een jaar gekeurd (geconfirmeerd) worden, waarbij na goedkeuring het bij de pup afgegeven geboortebewijs omgezet wordt in een officiële stamboom. Maar maximaal ¼ deel van de geboortebewijzen wordt omgezet in een pedigree. Dus met ¾ (tussen de 2250 en 2650) van deze honden wordt niet deelgenomen aan een officiële activiteit (b.v. tentoonstelling, africhting, speuren, agility). Zijn dit de honden die de kuddes hoeden of de erven en fabrieksterreinen bewaken?
Deelname aan een tentoonstelling of aan een examen vereist de officiële stamboom (het pedigree) en sinds een paar jaar ook het CSAU. Dit is een soort basisafrichtingscertificaat dat aantoont dat de hond in staat is te werken en zich hierbij sociaal opstelt. Bovendien heeft men net als in Nederland een startlicentie nodig, welke elk jaar opnieuw verlengd moet worden.

De Franse werkhond

In 2007 heeft de Societé Centrale Canin (de franse Raad van Beheer) 588 startlicenties verleend. De onderverdeling is als volgt:

Ringsport (manwerk) ongeveer 200 licenties = 7 %
RCI: (manwerk) ongeveer 47 licenties = 1½ %
Trav. Praktique en campagne (reddingshond) ongeveer 16 licenties = ½ %
Trav. Pistage (speuren) ongeveer 75 licenties = 2½ %
Trav. Obéissance (gehoorzaamheid) ongeveer 450 licenties = 15%
Trav. Agility (behendigheid) ongeveer 200 licenties = 7 %

Dit percentage is over 2008 niet veel gestegen.

speuren

Op het eerste gezicht lijkt dit heel wat (ongeveer 17½ % van het totaal aantal geboortes), maar vaak zijn het veel dezelfde honden die jaarlijks hun licentie laten verlengen. Bovendien betekent een licentie krijgen niet automatisch een examen doen of wedstrijd draaien. Vaak wordt de licentie aangevraagd ‘voor het geval dat’. Met het resterende deel gebeurt niets ‘officieels’ als het gaat over werken. Zijn dit de gezelschapshonden?

Heel af en toe gaat het redelijk goed met de werkcapaciteiten, want de SCC meldt voor de periode 2002 – 2007 dat naast de 26 honden die de titel Franse (schoonheid)kampioen (Champion de conformité au standard) ontvingen, 1 hond internationaal schoonheidskampioen is geworden. Er waren 7 beaucerons die een werkkampioensschapstitel ontvingen. Voor 4 honden is de titel: Champion de travail pistage (speuren) afgegeven. Leuk is te vermelden dat 2 honden door dezelfde eigenaresse getraind waren, beiden recomandée waren en vader (Gin des Habits Rouges) en zoon (Luther du Murier de Sordeille). Verder Orane de la Foret du Bois Joli en Rolls du Murier de Sordeille.

Verder zijn verleend de titels :

De lijst bestuderend van het Franse kampioenschappen schapendrijven vanaf 1985 valt op dat er maar weinig beaucerons mee doen. Meestal maximaal 2 of 3 honden. Een uitzondering vormt 1985 met 6 beaucerons. Wat wel opvalt is dat het veel dezelfde honden zijn die jaren achterelkaar meedoen. Bijvoorbeeld Naty du Baconnais is vanaf 2000 tot 2009 deelneemster. Balika de la Plaine des Quint 4x tussen 1989-1992 en Daho de Croze Laurière doet 5x mee in de periode 1990 - 1995.

Enkele cijfers over de Nationale d’Elevage van de laatste jaren:

2007 2008 2009
Totaal ingeschreven 472 595 531
Inschrijvingen Coup de France Ring 23 28 20
Obéissance 34 17 28
Agility 54 31
CANT (aanlegtest schapenhoeden) 27 35
CSAU 34 33

Bij de Coup de France Ring ziet men een paar honden jaarlijks terugkomen (m.n. niveau 2 en 3). De meesten zijn ingeschreven in niveau 1.

Op de Nationale d’Elevage van 2008 waren 224 van de 595 als ‘blanco’ beaucerons ingeschreven. Dit zijn honden die op deze NE nog geen cotation 3 behaald hebben, te weten 98 reuen en 126 teven. csauAllen zijn onderworpen aan de Franse gedragstest. Bij de reuen behaalde 55% ’n uitmuntend, terwijl bij de teven dit percentage bleef steken bij 40,5%. Opvallend is voor dat jaar dat de niet-franse honden beter presteerden, namelijk 75% van de buitenlandse reuen en 68% van de teven kreeg een uitmuntend voor het gedrag. Voor 2009 kregen 62% van alle ‘blanco’ reuen en 55% van de teven een uitmuntend. Een uitmuntend verdient die hond die meer dan 70% van het totaal aantal te behalen punten (30) behaald.

Aan het Frans kampioenschap Aglity 2008 doen totaal 15 beaucerons mee. Niveau 2 heeft 228 deelnemers, waarvan 12 beaucerons. De beste beauceron (Noblesse des Confins du Bessin) eindigt op de 14e plaats en het overgrote deel (70%) eindigt lager dan de 125e plaats. Niveau 3 kent 62 deelnemers, waarvan 3 beaucerons. De beste beauceron eindigt op de 44e plaats (Tootsie de la Dame des Coeur).
Eerlijkheid gebied me te vermelden dat op hetzelfde kampioenschap in 2007, Ulkane des Vaux Rouges een 2e plaats op niveau 2 veroverde. In 2008 werd ze 88e.
Het Frans kampioenschap Obéissance 2008 kent 24 deelnemers, waaronder 2 beaucerons. Ze eindigen op de 21e en 23e plaats. Tot dusver de Franse situatie.

De Nederlandse werkhond

In Nederland blijkt uit het jaarverslag van de CWH (commissie werkhonden) dat in 2006 7 honden deelgenomen hebben aan een examen. In 2007 waren dit 19 beaucerons en in 2008 11. De BCN heeft een UV examen georganiseerd in 2007, waaraan 9 beaucerons deelnamen. Een opleving was er in 2009 met 16 beaucerons, gevolgd door 2010 met 4 beaucerons en 2011 met 11 beaucerons. De CWH coördineert in Nederland de examens van het UV, VZH, IPO, Speur- en Reddingshond
Het U.V.-diploma (20 km naast de fiets) is het meeste behaald, gevolgd door het VZH en een zeer incidenteel een IPO-diploma. Een reddingshond diploma komt pas vanaf 2007 om de hoek kijken.

Een behoorlijk groot deel van de werkdiploma's wordt geleverd door Beauté Rustique beaucerons

jaartal aantal beaucerons waarvan Beauté Rustique beaucerons
2006 7 2 = 25%
2007 19 5 = 25%
2008 11 3 = 25%
2009 16 6 = 40%
2010 4 0 = 0%
2011 11 2 = 20%

De FHN (federatie hondensport Nederland) houdt geen database bij, dus hiervan zijn geen gevens voorhanden. Uit eigen bronnen weet ik dat enkele beaucerons speuren onder de vlag van de federatie.
Cynophilia coördineert de GH (gehoorzame huishond), de GG (gedrag en gehoorzaamheid) en de Agility. Dit laatste wordt zeer weinig op wedstrijdniveau beoefend in Nederland. De GH en GG – diploma’s zijn ook niet echt in trek. Er zijn maar enkele beaucerons die het G en G11 – diploma behaald hebben.

sfinx mirelleUit het cijfermateriaal blijkt telkens weer dat de werkprestaties van de beauceron tegenvallen. Om nu te concluderen dat hij alleen maar op de bank thuishoort, is veel te kort door de bocht. Er zijn beaucerons die graag werken, alleen het is een kunst ze gemotiveerd te houden en hun werk (ook over vele jaren) met plezier te laten blijven uitvoeren. Dit laatste is vooral zichtbaar in het niveau van het werk. Afgezet tegenover andere rassen is het werkniveau bij het merendeel zeker lager dan gemiddeld. Wederom aangetoond door bovenstaand cijfermateriaal.

Een beauceron is geen werkhond pur sang, het is wel een hond die onder voor hem/haar gunstige omstandigheden kan werken. Goed is het naar de individuele werkcapaciteiten te kijken en hierbij een bezigheid te zoeken die past bij zowel hond als eigenaar. Alleen een team (baas en hond) kan prestaties op zijn/haar niveau (blijven) leveren. En dat laatste is nu juist mijn uitdaging.

Blijft men hier in gebreke met het vinden van passend 'werk' dan kan een beauceron behoorlijk lastige eigenschappen ontwikkelen. Er zijn fanatiek jagende beaucerons, die zelfs volwassen hazen, konijnen en reeën te pakken krijgen. Katten en schapen schijnen ook een gewilde prooi te zijn, sommigen worden met huid en haar verslonden.

Het cijfermateriaal is aangeleverd door de Raad van Beheer, de Commissie Werkhonden, De Federatie Hondensport Nederland, De Franse Beauceronclub ‘Les Amis du Beauceron’, De Société Centrale Canin (de Franse broer van de Raad van Beheer).